Historiek

De Dender is een rivier met twee gezichten. Meestal stroomt hij rustig door het landschap. Maar wanneer het hevig regent, verandert de waterloop plots in één van de snelst stromende rivieren van Vlaanderen.  De Kelten noemden hem dan ook Tanera of Tanara: de woelige, bruisende rivier.

Om de impact van deze wispelturige rivier te begrijpen, grijpen we terug naar zijn ligging, zijn verleden en zijn typische karakter. Ten slotte bekijken we welke maatregelen Waterwegen en Zeekanaal NV al heeft genomen om de rivier te beheersen.

Ligging van de Dender

De Dender maakt deel uit van het stroomgebied van de Schelde. Het Denderbekken heeft een totale oppervlakte van 1 384 km², waarvan 707 km² op Vlaams grondgebied. De Dender ontspringt uit twee bronnen. In Ath, een stadje in Henegouwen, vloeien de westelijke en de oostelijke Dender samen en begint de eigenlijke Dender aan zijn ruim 65 kilometer lange tocht naar de Schelde. De rivier stroomt Vlaanderen binnen in Overboelare, een deelgemeente van Geraardsbergen. In Dendermonde, bijna 48 kilometer verder en ruim 13 meter lager ten opzichte van Overboelare,  mondt de rivier in Dendermonde uit in de Zeeschelde. Bijna alle neerslag die in het bekken valt, stroomt rechtstreeks via een groot aantal beken en zijbeken naar de Dender en wordt zo naar de Schelde afgevoerd. De rest verdampt of dringt in de bodem en komt zo na verloop van tijd eveneens in de rivier terecht. De belangrijkste zijbeken die water aanvoeren zijn de Marke, de Bellebeek en twee onbevaarbare waterlopen die allebei de Molenbeek heten.

Wispelturige regenrivier

De Dender heeft een asymmetrische vallei. De westkant is relatief vlak, terwijl de oostkant grotendeels in een golvend landschap ligt met smalle, vrij sterk ingesneden beekdalen en nijdige hellingen. De beken en zijbeken aan die kant hebben dan ook een steil verval. Ze voeren de neerslag heel snel af, zodat een hevig onweer al kan volstaan om de anders zo rustige Dender in een kolkende rivier te doen veranderen. Valt er gedurende langere tijd veel regen, dan kan de Dender al dat water niet meer slikken en treedt de rivier op verschillende plaatsen buiten zijn oevers.  De Dender mondt uit in de Zeeschelde, het deel van de Schelde dat onderhevig is aan de getijden. Door de tijwerking van de Schelde kan de Dender op bepaalde periodes van de dag (gedurende 7 uur/dag) niet afwateren naar de Schelde. Op die momenten moet het water in de Dender worden opgehouden. De afgelopen jaren is er om die redenen nogal wat wateroverlast in het Denderbekken geweest tijdens periodes van overvloedige neerslag, met aanzienlijke schade en menselijk leed tot gevolg.

Een rivier met een geschiedenis

Voor de kanalisatie had de Dender een erg kronkelend verloop. In de zomer was het waterpeil zo laag dat men met opgestroopte broekspijpen de overkant kon bereiken. In de winter zette de rivier de omliggende weiden onder water. Tegenstrijdige belangen leidden soms tot heftige ruzies : schippers wilden een zo hoog mogelijke waterstand, landbouwers wilden na de winter een zo laag mogelijke waterstand opdat hun weiden niet zouden verzuren en molenaars eisten een deel van het water voor hun molens op.

Sinds de Middeleeuwen is de Dender een druk bevaren scheepvaartroute. Om de bevaarbaarheid te verhogen werd in de 13de eeuw de getijdenwerking in Dendermonde aan banden gelegd. In de 17de eeuw werd begonnen met de kanalisatie van de Dender door middel van watersprongen. Het gevolg was een sterke economische bloei, die nog werd aangezwengeld tijdens de  18de eeuw door kanalisatiewerken  tussen Aalst en Dendermonde.

De strijd tegen het water

Het Denderbekken werd de voorbije vijftien jaar vijf keer (1993-1994, 1995, 1999, 2002-2003 en in 2010) geconfronteerd met ernstige overstromingen.
Onmiddellijk na de wateroverlast in de eindejaarsperiode van 2002-2003 werden een aantal kleinere en lokale ingrepen uitgevoerd (verhogen en herstellen van dijken, betonnen waterkeringsmuren, enz…).  In het kader van het integraal waterbeheer, werd een langetermijnvisie voor de waterbeheersing op de Dender ontwikkeld met een aantal concrete ingrepen tot gevolg, zoals de bouw van dwars- en langsdijken, de plaatsing van betonnen veiligheidsstootbanden met een waterkerende functie, het bouwen van afsluitconstructies en uitwateringsconstructies. Ook werd het gecontroleerde overstromingsgebied Denderbellebroek aangelegd.  Momenteel bestudeert een studiebureau in opdracht van de waterwegbeheerder de aanpak van de globale overstromingsproblematiek in de regio Overboelare. De studie startte begin 2014 en zal bijna twee jaar duren.

Meten is weten

Waterwegbeheerder Waterwegen en Zeekanaal NV houdt de Dender dag en nacht in de gaten. Verschillende meetsystemen moeten daarbij helpen. Recentelijk werden er bijkomende debietmeters geplaatst om zo nog meer gegevens te verzamelen. De oudere pluviografen werden ook vervangen door hoogtechnologische instrumenten die betrouwbare metingen moeten opleveren.